Over de datum? Kom in actie tegen voedselverspilling

Inmiddels komt ze alweer een weekje voorbij op de kanalen van de Nederlandse televisie: Becky. Becky speelt de hoofdrol in de #verspillingsvrij campagne 2020 en ze motiveert Nederlanders minder voedsel te verspillen door slimme en makkelijke tips te vertellen. Belangrijk onderdeel van deze campagne is de verspillingsvrije week die loopt van 1 tot en met 7 september 2020. Een week waarin huishoudens in Nederland worden uitgedaagd zo min mogelijk voedsel weg te gooien. Uiteraard is het niet de bedoeling om dat minder weggooien slechts bij een week te laten, maar om er een structurele omslag mee te bereiken en zo aan te sluiten bij een van de duurzame doelen van de Verenigde Naties om voedselverspilling per 2020 met de helft terug te dringen ten opzichte van 2015.

Voor Nederland betekent dit concreet dat er in 2030 1 miljoen ton extra aan voedsel benut moet worden dat nu nog verloren gaat. Op dit moment gaat er nog zo’n 25% van ons geproduceerde voedsel richting vuilnisbak (wereldwijd is dit zelfs 33%). Een derde van die voedselverspilling vindt gewoon thuis plaats, twee derde is toe te schrijven aan onder andere de horeca en aan supermarkten. 1 miljoen ton minder wil zeggen dat er anno nu ongeveer 2 miljoen ton per jaar verspild wordt. Dit komt neer op zo’n 120 kilo per hoofd van de bevolking.

Door mensen bewust te maken van de verspilling wordt de ‘Becky-campagne’ dit jaar vooral ingezet om het verschil tussen Ten Minste Houdbaar Tot (THT) en Te Gebruiken Tot (TGT) duidelijk te maken. Gaat men over het algemeen wat bewuster met houdbaarheidsdatums om, dan zou dit gemiddeld per persoon al 5 kilo verspilling minder per jaar betekenen.

Het verschil tussen THT en TGT
Een THT datum op de verpakking zegt iets over de kwaliteit van het product dat erin zit en staat op verpakkingen van producten die niet zo snel bederven, zoals koffie, thee en pasta maar ook op melk en andere zuivel. Als de datum verstreken is, is het product vaak nog prima te consumeren, dat is een kwestie van gezond verstand gebruiken en bepalen hoe het product eruit ziet, hoe het ruikt en hoe het smaakt. Zie, ruik of proef je niets geks dan kun je het gewoon eten.

De TGT datum betekent iets anders. Dit staat op verpakkingen van erg bederfelijke producten, zoals voorgesneden groenten, rauw vlees, of versgeperst sap. De TGT datum is de laatste datum waarop je het product nog veilig kunt gebruiken. Het is dan ook verstandig om het voor deze datum op te eten of in te vriezen.

Met het verspillen van voedsel, verspillen we niet alleen het eten zelf, maar ook de gebruikte grondstoffen die nodig waren om het voedsel te produceren, zoals water en grond, maar ook arbeid en vervoer. Dit alles zorgt alleen al in Nederland jaarlijks voor 1,5% van de uitstoot van broeikasgassen. De CO2-uitstoot over de gehele wereld komt zelfs op 8%.
Het project #verspillingsvrij wordt ondersteund door vele bedrijven en instellingen. Stakeholders zijn onder meer: Albert Heijn, Google, Hello Fresh, Jumbo Supermarkten, Lidl Nederland, Mc Donalds, Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, PepsiCo Nederland, Rabobank, Sligro, Unilever, Voedingscentrum en de Voedselbanken Nederland.

To Good To Go
Naast de #verspillingsvrij campagne zijn er in Nederland nog meer initiatieven om voedselverspilling tegen te gaan. Een van de bekendste is To Good To Go. Via een app worden dagelijks allerlei voedselproducten aangeboden die anders in de vuilnisbak zouden verdwijnen, omdat ze ‘over zijn’. De producten worden aangeboden in een ‘Magic Box’ die op aangegeven tijden en tegen een vooraf aangegeven prijs, kan worden afgehaald bij inmiddels zo’n 4000 verschillende ondernemers door heel Nederland. Alleen al via deze app zijn er in de maand juli 283.373 maaltijden niet in de kliko terecht gekomen. De app is eenvoudig te downloaden en door een maximale afstand aan te geven, krijgt men alleen relevante ondernemers te zien die in de buurt de ‘Magic Box’ aanbieden. Wat erin zit, is iedere keer weer een verrassing.


Zonder water is er geen leven mogelijk op aarde. Niet voor ons mensen, want wij bestaan voor meer dan de helft uit water, maar ook niet voor alle op de wereld aanwezige flora en fauna. Ook de aarde zelf bestaat grotendeels uit water. 70% van haar totale oppervlak is nat en daarnaast zit er nog een deel grondwater in de overige 30%. Ook zit er overal water in de vorm van damp in de lucht.

Van al dat water op aarde is slechts 3% zoet, de rest is zout en van al dat zoete water is ook nog eens 75% bevroren. Al met al is nog geen een procent van al het water beschikbaar om de hele wereld in leven te houden. Water is dus ons kostbaarste bezit en we zullen er heel verantwoord mee om moeten gaan, willen de generaties na ons nog een toekomst hebben. Maar realiseren we ons dat wel genoeg?

Plastic Soep
We kennen van tv allemaal wel de beelden van schilpadden en dolfijnen verstrikt in plastic of vissen vol met microplastics; kleine stukjes plastic, minder dan 5 mm groot. In onze wereldwijde wateren treffen we een grote hoeveelheid dierenleed, afkomstig van wat we sinds ruim twintig jaar de plastic soep noemen. Plastic soep is ontdekt in 1997. Toen zag kapitein Charles Moore voor het eerst midden op de Grote Oceaan stukken plastic drijven en zweven.

Plastic werd pas populair na de Tweede Wereldoorlog. Daarvoor werd het nauwelijks gebruikt. Inmiddels wordt er per jaar zo’n 250 miljoen ton van geproduceerd, waarvan 40% verpakkingsmateriaal is dat direct na eenmalig gebruik wordt weggegooid. Volgens Greenpeace belandt er elke minuut een volle vuilniswagen met plastic afval in onze oceanen; 94% hiervan zinkt naar de zeebodem, 1% blijft ronddrijven en 5% spoelt aan op kusten in de hele wereld. Plastic is door zijn samenstelling niet biologisch afbreekbaar en de hoeveelheid plastic dat ronddrijft, heeft ondertussen al een oppervlakte van meer dan 34 keer Nederland.

Wegwerpplastic, ook wel SUP of Single Use Plastic genoemd, levert dus de grootste bijdrage aan de plastic soep. Er zijn in de wereld wel een aantal initiatieven dit tij te keren. Zo stelt de Europese Gemeenschap vanaf 2021 een verbod op dit wegwerpplastic en dan met name op borden, bestek, bekertjes, rietjes en wattenstaafjes in. Helaas zal dit maar een druppel op de gloeiende plaat betekenen, want de landen binnen de Europese Gemeenschap dragen maar marginaal bij aan de hoeveelheid afval. Alle landen uit de EU samen, vinden we pas op nummer achttien in de lijst van vervuilers. China voert deze lijst met stip aan, maar ook een land als India doet een enorme duit in het zakje.

Plastic flesjes
In die enorme berg met plastic afval voeren plastic flesjes de boventoon. Elke seconde worden er wereldwijd 15.000 plastic flesjes verkocht. Dit zijn er meer dan een miljoen per minuut, wat neerkomt op 480 miljard flesjes per jaar. 110 miljard van die flesjes worden gemaakt door slechts een producent: Coca Cola. Ondanks dat wij in Nederland het merendeel van deze PET flessen recyclen, gebeurt dat wereldwijd maar met 7% van die 480 miljard flesjes. De rest komt in het milieu terecht en dan met name in het water. Opvallend is dat er in de plastic soep veel meer doppen van flesjes worden aangetroffen dan flessen zelf. Waarschijnlijk zinken de flessen naar de bodem, terwijl de doppen, die van een lichtere samenstelling zijn, blijven drijven.

Miniverpakkingen
Naast al die flessen leveren ook miniverpakkingen een substantiële bijdrage aan de plastic afvalberg. Snoepwikkels, candybars en chipsverpakkingen, maar ook echte miniverpakkingen, zoals flesjes voor shampoo en koffie. Deze verpakkingen zijn voornamelijk populair in landen met weinig koopkracht waar mensen zich maar kleine hoeveelheden kunnen permitteren. Deze verpakkingen worden meestal weggegooid omdat recyclen voor deze mensen geen waarde heeft.
Verwacht wordt dat in de komende jaren de productie van plastic nog flink zal stijgen, misschien zelfs wel met veertig procent. En volgens wetenschappers betekent dit, als we zo doorgaan, dat er in 2050 wat betreft gewicht meer plastic in zee zit dan vis. Hierdoor zal het zeeleven onherstelbaar verwoest worden en zullen de koraalriffen afsterven.

Nanodeeltjes
Inmiddels zijn microplastics ook in meer water aangetroffen dan ‘alleen’ in de oceanen. Zo blijken de plastic waterflesjes zelf water te bevatten met plastic restdeeltjes en ook ons drinkwater uit de kraan blijkt er niet vrij van te zijn. Of dit schadelijk is voor onze gezondheid, daar zijn onderzoekers het nog niet over eens. Een klein jaar geleden – in augustus 2019 – heeft de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) besloten dat hier in ieder geval uitgebreider onderzoek naar gedaan moet worden. Tot nu toe lijkt ons lichaam wel te kunnen dealen met plastic omdat dit niet verteerd wordt en ze ons lichaam weer verlaten. Echter geldt dit alleen voor de wat grotere stukjes. Nanodeeltjes (deeltjes kleiner dan een miljoenste meter) plastic zijn zo klein dat ze waarschijnlijk wel via het bloed in onze cellen kunnen worden opgenomen. De effecten hiervan worden vast in de toekomst duidelijk. Hopelijk niet te laat.


De grote multinationals hebben zich jarenlang voornamelijk bezig gehouden met zoveel mogelijk winst maken en zoveel mogelijk aandeelhouderswaarde creëren. Duurzaamheid en maatschappelijk verantwoord ondernemen was iets waar kleine bedrijfjes voor opgericht werden. Dat deed je niet om rijk van te worden, maar uit principe.

We staan nu op een kantelpunt. Steeds meer mensen maken zich zorgen over de opwarming van de aarde, de plasticsoep, het kappen van het regenwoud en dierenleed. Het is hip om te winkelen met een (bio)katoenen tasje en kringloopwinkels hebben het drukker dan ooit. Ooit was tweedehands kopen een teken van armoede, nu is het een teken van maatschappelijke betrokkenheid.

Grote bedrijven beseffen zich dat ze hierbij ook niet achter kunnen blijven. Unilever heeft een aantal jaar geleden veel van zijn merken verkocht, om vervolgens weer een nieuwe portefeuille op te bouwen met duurzamere merken. Zo kochten ze 10 jaar geleden Ben & Jerry’s al en hebben ze een paar jaar geleden ook de Vegetarische Slager overgenomen. Ook spannen ze zich steeds meer in om hun palmolie van gecertificeerde plantages te krijgen, waar geen regenwoud voor is gekapt.

Beleggers roepen bedrijven ter verantwoording

Ook beleggers zien duurzaamheid en maatschappelijke verantwoordelijkheid steeds meer als essentieel onderdeel van de bedrijfsvoering. Blijft een bedrijf achter, dan wordt het door de aandeelhouders op de vingers getikt. Zo heeft een grote aandeelhouder (een pensioenfonds) McDonalds een paar jaar geleden opdracht gegeven om betere leefomstandigheden van kippen te eisen bij de leveranciers. De aandeelhouder vond dit vooral belangrijk omdat de grote concurrenten dit al deden. Ze waren bang dat consumenten daarom meer voor de concurrenten zouden kiezen, waardoor de aandelen van McDonalds minder waard zouden worden.

Amazon kreeg bij de aandeelhoudersvergadering van mei 2019 een aantal resoluties voor zijn kiezen van grote institutionele beleggers die zich zorgen maakten over het ESG-beleid van Amazon. ESG staat voor Environmental, Social en Governance. Hier hangen een aantal criteria aan, zoals goed milieubeleid, maar ook gelijke behandeling van mannen en vrouwen en je niet inlaten met illegale zaken. De aandeelhouders maakten zich voornamelijk druk over de carbon footprint van Amazon vanwege de belofte van 2 dagen levertijd in combinatie met toeleveranciers van over de hele wereld. Daarnaast maakten ze zich zorgen over mogelijke privacy-overtredingen van de gezichtsherkenningssoftware. De resoluties werden afgewezen, maar in september van hetzelfde jaar maakte Amazon wel bekend mee te werken aan een initiatief om de klimaatdoelstelling van Parijs, in 2050 netto nul koolstofemissie, al in 2040 te bereiken. Een jaar eerder hadden de aandeelhouders hun zorgen geuit over het feit dat er alleen maar witte mannen in de directie zaten. Die resolutie werd ook afgewezen met als antwoord dat ze echt wel hadden gezocht, maar dat er geen andere geschikte kandidaten waren. Maar korte tijd later werden er toch twee gekleurde vrouwen benoemd.

Follow This koopt invloed in Shell

De organisatie Follow This gaat nog een stapje verder. Zij zijn geen aandeelhouders die duurzaamheid op de agenda zetten uit bezorgdheid voor de waarde van hun aandelen. Ze kopen zelf aandelen met als enig doel om duurzaamheid op de agenda te kunnen zetten. Mark van Baal schreef als journalist over hernieuwbare energie, maar kreeg het idee dat de enige die echt wat konden veranderen de aandeelhouders waren. Hij richtte ‘Follow This’ op om genoeg aandelen bij elkaar te krijgen om een resolutie op de aandeelhoudersvergadering te kunnen inbrengen, in de hoop dat vanaf daar ook andere aandeelhouders hem zouden steunen. Het doel is om van Shell een leider in hernieuwbare energie te maken. Inmiddels zijn er steeds meer aandeelhouders die voor de resoluties van Follow This stemmen, maar nog niet genoeg om de resoluties ook aangenomen te laten worden. Maar een half jaar na de afgewezen resolutie van 2017 bracht Shell zelf, als eerste oliebedrijf ter wereld, een klimaatambitie naar buiten. Het gaat Follow This nog niet ver genoeg, maar het begin is er.

Het stemt hoopvol dat aandacht voor duurzaamheid steeds meer op de agenda komt bij grote bedrijven. In veel gevallen lijkt het erop dat deze aandacht alsnog uit kapitalistische overwegingen geboren is, want als ze niet meegaan met deze trend zullen ze klanten verliezen en zullen aandeelhouders ontevreden zijn. Ookal zijn dit dan andere redenen dan die van de meeste kleine duurzame start-ups, de grote multinationals hebben wel veel slagkracht en hebben het vermogen om grotere veranderingen teweeg te brengen. De toekomst zal ons uiteindelijk leren of kapitalisme en duurzaamheid echt samen kunnen gaan, maar er zijn wel enkele hoopvolle tekenen.


Het is nog geen half jaar geleden dat de boeren massaal de straat op gingen om te protesteren tegen de stikstofmaatregelen. Je zou het alweer bijna vergeten door de crisis van de afgelopen 2 maanden. Toch hebben de onderwerpen veel met elkaar te maken. De oorzaak in beide problemen komt voort uit hetzelfde probleem: hoe wij met dieren omgaan.

De handel in wilde dieren is een onderbelicht thema in de tijdens de coronacrisis. Waar de maatregelen die er worden genomen tegen corona uitvoerig worden besproken, ontglipt de oorzaak van deze hele crisis in veel gevallen aan de aandacht van het grote publiek. Net als bij andere pandemieën, is ook corona naar alle waarschijnlijkheid ontstaan door manier waarop wij met dieren omgaan.

De Spaanse griep na de eerste wereldoorlog, de Aziatische griep in de jaren 60 en de Mexicaanse griep in de vorige eeuw hebben allemaal één ding gemeen; de virussen ontstonden door de relatie tussen mensen en (gedomesticeerde) dieren. Ook nu is de wereld weer in de ban van een nieuw virus. Wetenschappers waarschuwden al jaren voor dit probleem. Door de toenemende veestapel, vergroten we het risico op virussen als COVID-19 enorm.

Door de ontwikkelingen rondom de stikstofcrisis, lijken veel politieke partijen definitief afstand te hebben gedaan van het verkleinen van de veestapel. Dit terwijl er geen beter moment is om hier over te debatteren. Als men op lange termijn risico’s op pandemieën wil verkleinen, dan moeten we de manier waarop wij met dieren omgaan compleet herzien. Hopelijk kan de deze discussie op korte termijn weer worden geopend.