Een kleine maar interessante dorpsexpositie over de bevrijding

Geen officiële openingstoespraak van Burgemeester Naafs voor de expositie over 75 jaar bevrijding in Driebergen. Dat heeft, vanzelfsprekend, alles te maken met de maatregelen die landelijk zijn genomen in de strijd tegen het coronavirus. Toch heeft de Stichting Driebergen-Rijsenburg Vroeger en Nu onlangs ‘in stilte’ het museum aan de Traaij geopend om bezoekers welkom te heten op de interessante expositie.

,,Het plan was om in april een feestelijke opening te organiseren”, vertelt Ton van Bommel (73) namens de Stichting Driebergen-Rijsenburg Vroeger en Nu. ,,Maar dat kon niet doorgaan. Hoewel dat jammer was, overheerst het begrip. Nu er meer dingen zijn vrijgegeven door de overheid hebben we, in goed overleg, besloten het museum te openen voor bezoekers.” Daarbij wordt rekening gehouden met maatregelen om verspreiding van het virus tegen te gaan. ,,Zo kunnen maximaal twee bezoekers tegelijk de expositie bezoeken, tenzij ze uit hetzelfde huishouden komen”, verduidelijkt Van Bommel. ,,En normaal gesproken is er een vrijwilliger bij om uitleg te geven over de expositie. Dat is nu ook niet mogelijk. Alleen bij de filmbeelden vertel ik iets, maar dan blijf ik op gepaste afstand.”

INTERESSANT
Maar ook zonder begeleiding is de expositie over de bevrijding meer dan de moeite waard. Wat opvalt is dat er meer te zien is dan alleen de bevrijding. ,,Als je het over bevrijding wilt hebben, moet je wel vertellen waar je van bevrijd bent”, vindt Van Bommel. ,,Daarom hebben we er voor gekozen het iets breder te trekken en meer te vertellen over de tweede wereldoorlog in Driebergen-Rijsenburg.”
En dus zijn er panelen te zien over de inval van Duitse soldaten op 10 mei 1940 en de bezetting, maar komt ook het verzet in Driebergen aan bod. Het verhaal over de gezusters Holst is onder Driebergenaren bekend en mag dan ook niet ontbreken. Het is één van de onderdelen die de expositie meer dan interessant maakt.

BLIKVANGER
Uiteraard eindigt het verhaal van de expositie bij de bevrijding van Driebergen op 7 mei 1945. Foto’s laten zien hoe Engelse bevrijders met tanks en jeeps door het dorp trekken terwijl ze worden toegejuicht door de uitgelaten bevolking van het dorp. ,,Driebergen is na de stad Utrecht bevrijdt door de Engelsen”, vertelt Van Bommel. ,,De bijnaam van deze infanteriedivisie was Polar Bears.”
Eén van de blikvangers van de expositie is een helm die is gevonden. ,,Bij een verbouwing werd deze helm tijdens graafwerkzaamheden gevonden. Ik denk dat er in de omgeving van Driebergen meer materialen uit die tijd te vinden moeten zijn”, zegt Van Bommel. ,,Soms duiken die, zelfs na 75 jaar, nog op.”

VRIJWILLiGERS
De expositie is samengesteld door ervaren vrijwilligers met een buitengewone interesse in de geschiedenis van Driebergen. ,,Meerdere mensen hebben meegewerkt aan de expositie en panelen gemaakt waarop informatie is te zien en te lezen. Zelf was ik verantwoordelijk voor de informatie en foto’s over de Duitse inval en de bezetting”, aldus Van Bommel. ,,Er zijn een aantal unieke foto’s te zien en daar ben ik best een beetje trots op.”
De expositie is nog tot half december te bezoeken in het museum aan de Traaij 104-106 in Driebergen en een aanrader voor mensen die meer te weten willen komen over de tweede wereldoorlog in het dorp. Het museum is elke zaterdagmiddag van 13:30 tot 16:30 uur geopend. Het is ook mogelijk op afspraak een bezoek te brengen aan de expositie.

Kijk voor meer informatie op www.vroeger-en-nu.nl


Op het seminarieterrein in Driebergen stond tot in de jaren 70 een groot gebouw waar tot 1968 jonge mannen werden klaargestoomd voor een loopbaan in het katholieke geloof. Dit opleidingsinstituut had een grote invloed op Driebergen en Rijsenburg. Eén van de heren die afstudeerde aan het Groot Seminarie was Herman Schaepman. In 1867 werd Schaepman in Utrecht gewijd tot priester. Opvallend detail is dat dit gebeurde door zijn eigen neef, Mgr. Andreas Ignatius Schaepman, die late bisschop van Utrecht zou worden.

Herman Schaepman besloot na zijn benoeming naar Rome af te reizen. Daar, in het katholieke hart van de wereld, promoveerde hij binnen korte tijd tot doctor in de theologie. Eenmaal terug in Nederland ging Schaepman aan het werk op bekend terrein: hij werd professor in de kerkgeschiedenis aan het groot-seminarie in Driebergen.

Daar zou het niet bij blijven: Schaepman werd in 1880 lid van de tweede kamer en was hiermee de eerste priester die dat bereikte. De benoeming tot lid van het parlement was een ongekende stap voor Katholiek Nederland, dat zich altijd afzijdig had gehouden van de vaderlandse politiek. Als je bedenkt dat deze positie werd gekozen door de Rooms-Katholieke achterban, zegt dat iets over de grote populariteit die Schaepman genoot. Mede dankzij zijn grote sociale gevoelens, maakte hij in de tweede kamer furore door, in samenwerking met de socialistische partijen, te zorgen voor verruiming in de leerplicht en kon er een einde gemaakt worden aan het afkopen van de dienstplicht waardoor niet alleen de armen in dienst hoefden. Ook speelde hij een grote rol in de verruiming van het stemrecht. Schaepman gaf de katholieken, sinds de Reformatie in de 16e eeuw een achtergestelde minderheid in de samenleving, een maatschappelijk en politiek gezicht en zorgde voor veel sociale voorzieningen door veel sociale wetsvoorstellen te steunen.

Overigens waren Schaepman en de socialisten het niet op alle vlakken met elkaar eens. Zo waren de socialistische politici tegen het gebruik van alcohol, maar toen Schaepman gevraagd werd of een katholieke arbeider een borrel mocht, antwoordde Schaepman doodleuk dat zo iemand er wel twee mocht. Het is de reden dat in bepaalde streken in het zuiden van het land een borrel nog steeds een Schaepmannetje wordt genoemd.

Ook als dichter heeft Herman Schaepman zich laten gelden. Hij wordt gezien als navolger van Bilderdijk en Da Costa. Zijn belangrijkste gedicht verscheen in 1886 met ‘Aya Sofia’ dat ging over de grote moskee van Constantinopel (het huidige Istanboel) dat voorheen een kerk was, maar ook gedichten als Napoleon, Paus en Vondel kregen relatief grote bekendheid.

In 1903 overleed Herman Schaepman op 58-jarige leeftijd in Rome. Uit dankbaarheid voor wat Schaepman heeft betekend moest er een monument komen. Dat werd vijf jaar na zijn dood op de huidige plek een monument opgericht. Dit ging niet zonder slag of stoot. Er werd een wedstrijd voor ontwerpers georganiseerd, maar jurylid en architect Pierre Cuijpers (ook bekend als ontwerper van het Rijksmuseum en het Centraal Station van Amsterdam) vond de inzendingen maar matig. Hij besloot het zelf te doen. Cuijpers heeft zich voor het ontwerp van het monument aan de Hoofdstraat laten inspireren door het grafmonument van de familie Scaligeri in Verona. Het is een groter complex uit de 14e eeuw, in Gotische stijl. Dat is de stijl waarnaar Cuijpers graag verwees in zijn Neogotiek.

Het monument werd gebouwd door de, op de Utrechtse Heuvelrug bekende, firma Appels. De binnenkant is van baksteen. Later werden er panelen van zandsteen tegenaan gezet. Zandsteen heeft echter de eigenschap dat het door toedoen van weersomstandigheden veel onderhoud nodig heeft. De huidige staat van het monument is weliswaar in orde, maar als je bedenkt dat er onderdelen van het monument zijn afgebroken is dit een trieste aanblik die geen recht doet aan wat Schaepman heeft betekend voor de geschiedenis van Nederland.

De onthulling van het monument werd in 1908 bijgewoond door een grote groep mensen. Onder hen was ook de aartsbisschop van Utrecht, mgr. Van de Wetering. Het werd een feestelijk geheel toen priester-studenten van het Groot-Seminarie, samen met leden van de harmonie Aurora, een cantate ten gehore brachten.

Het monument heeft sinds 1999 de status van rijksmonument en dankzij de stichting Credo Pugno is er ook een fraai informatiepaneel bij het monument te vinden. Op dit informatiepaneel kan men alles lezen over de geschiedenis van wat ooit bekend stond als Landgoed Sparrendaal en een rijke katholieke historie kent. Ook de Lourdesgrot en het oude seminariegebouw ontbreken hierbij uiteraard niet.

Op www.credopugno.nl is meer informatie te vinden.


Den Helder heeft in 1939 bijna 38.000 inwoners en kent een bloeiende economie. Dit is in andere steden wel anders, maar in Den Helder overheerst de vrolijkheid. In de haven is het doordeweeks altijd druk, en in de weekenden puilen de cafés uit van gezelligheid. Het marinepersoneel zorgt voor een typische sfeer in de stad.

Dan wordt duidelijk dat de spierballentaal van Adolf Hitler niet bij woorden blijft. Als Oostenrijk wordt ingenomen en de aanval op Polen is geweest is de verdeeldheid groot in Nederland. Waar de meerderheid hoopt op neutraliteit zoals in de Eerste Wereldoorlog, leeft een ander deel van Nederland met een angstig voorgevoel. Ook in Den Helder houdt men rekening met het ergste. “Wij liggen op de stormhoek van Europa”, valt in de lokale krant te lezen in aanloop naar de Tweede Wereldoorlog.

Bekend is dat Den Helder op een strategisch belangrijke locatie ligt. Bovendien heeft Den Helder, naast de bedrijvige scheepswerf een militair vliegveld en de bekende marinehaven. Om laatstgenoemde redenen vinden in de stad veel militaire oefeningen plaats. Maar als de Duitsers binnenvallen zijn aanvallen op de stad niet te vermijden. Al in augustus 1939 verscherpt de stad de kustverdediging en aan de Friese kant van de pas geopende afsluitdijk worden kazematten gebouwd om het de vijand lastig te maken om naar Den Helder te trekken. Ook in Noord-Holland worden de maatregelen zichtbaar: langs alle duinen verschijnen wachtposten en in zee legt de marine mijnen en andere versperringen aan. Van de lokale boeren vraagt het leger een fors offer: ze laten duizenden hectares aan weiland onder water lopen. Het zilte zeewater vernietigt alle gewassen.
In de binnenstad maken de bewoners kennis met de luchtbescherming. Regelmatig klinkt het luchtalarm en ’s avonds oefenen ze verplicht met het verduisteren van hun huizen. In het begin zien niet alle burgers hier de noodzaak van in. De gemeente neemt daarom rigoureuze maatregelen en komt met de volgende mededeling: “Van heden af, zal bij ieder, uit wiens woning ’s avonds licht uitstraalt, onverbiddelijk, de lichttoevoer worden afgesneden voor het gehele jaar.”

Op 10 mei 1940 worden de inwoners van Den Helder rond 4 uur ’s nachts wakker gemaakt door het geraas van vliegtuigen. De Duitse Luftwaffe trekt naar het vliegveld van de marine waar al snel de eerste gevechten plaats vinden. Al snel worden ook de marineschepen in de haven gebombardeerd. De stad weet de aanvallen van de Duitsers af te weren, maar als Rotterdam gebombardeerd wordt capituleert Nederland en is ook Den Helder in Duitse handen. De capitulatie is nog niet tot iedereen doorgedrongen en drie Duitse vliegtuigen bombarderen de stad met enorm leed tot gevolg.
Het zal niet het enige bombardement zijn dat Den Helder moet doorstaan, want ook de geallieerden zien in de marinestad een belangrijk strategisch punt. Nog maar enkele weken na de capitulatie vliegen Engelse bommenwerpers over Den Helder met het doel de scheepswerf te vernietigen. Het bombardement duurt zo’n drie en een half uur.
In de oorlogsjaren die volgen blijven Engelse bommenwerpers de stad bestoken. Duizenden inwoners verlaten de stad waar nog maar weinig van over is. Zes bombardementen met in totaal 731 bommen hebben geresulteerd in 170 dodelijke slachtoffers, tweeduizend totaal verwoeste huizen en nog eens tweeduizend huizen die zodanig beschadigd raakten dat ze onbewoonbaar moesten worden verklaard. In 1943 volgde een formeel evacuatiebevel en veranderde de marinestad in een spookstad. Daardoor waren er in 1945 nog maar weinig mensen aanwezig om de bevrijding te kunnen vieren.

Anno 2020 is het dorp Huisduinen onderdeel van de gemeente Den Helder. In Huisduinen ligt, enigszins verscholen in een woonwijk, het nieuwe Atlantikwall Centrum. Een bijzonder gebouw met een bijzondere historie. De Duitsers zetten het neer in 1942 voor het onderbrengen van de Duitse marine. Het staat in de volksmond bekend als ‘het casino’, maar het was in feite het Duitse officiersgebouw. Sinds vorig jaar is er het Atlantikwall Centrum in gevestigd.

Dit museum is absoluut een bezoek waard voor degenen die interesse hebben in de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog. De roemruchte Atlantikwall liep van Noorwegen tot Spanje en werd gebouwd om de westkust van het Duitse rijk te beschermen tegen een aanval vanaf de Atlantische oceaan. In het Atlantikwall Centrum wordt op bijzonder overzichtelijke, maar tegelijk ook confronterende wijze, het verhaal van de Tweede Wereldoorlog in beeld gebracht. In het centrum zie je op chronologische volgorde de gebeurtenissen door de jaren heen. Door middel van moderne hulpmiddelen is het centrum in staat om de verhalen op hedendaagse manier te vertellen. Met behulp van een animatie wordt getoond hoe zwaar de stad Den Helder het in de oorlog te verduren kreeg.
De 70.000 Duitse soldaten, die in mei 1945 nog in het westen van ons land gelegerd waren, gingen via Den Helder naar de Afsluitdijk om zo terug te keren naar Duitsland. Dit alles (en nog veel meer) is te zien in het Atlantikwall Centrum. In iets meer dan een uur tijd kun je de belangrijkste zaken over Tweede Wereldoorlog in dit gebied, maar ook in breder verband, tot je nemen. Een bezoek is een absolute aanrader voor iedereen die zich verder in deze materie wil verdiepen.

Informatie: https://atlantikwallcentrum.nl


Zo zijn er in Groningen en Friesland nog altijd plekken te zien die behoorden tot de roemruchte Atlantikwall. Verslaggever Danny van der Linden maakte de reis naar het hoge noorden en bezag de situatie met eigen ogen.

De Atlantikwall was een belangrijke verdedigingslinie die het Duitse leger vanaf 1940 aanlegde van Noorwegen tot Spanje. De linie van ruim 5000 kilometer lang werd gebouwd om een geallieerde aanval vanuit zee het hoofd te bieden. Ook de grens tussen Nederland en de Noordzee maakte deel uit van de Atlantikwall. En in het Waddengebied is daar nog veel van te merken voor wie het wil zien.
In de gemeente Delfzijl ligt het gehucht Fiemel. Veel Nederlanders zullen nog nooit van dit plaatsje gehoord hebben, maar Fiemel speelde een grote rol in de laatste dagen van de Tweede Wereldoorlog. Dit komt mede doordat zich hier het grootste luchtafweergeschut van ons land bevond. Dit geschut moest de Duitse havenstad Emden beschermen. De havens van Emden liggen op steenworp afstand van Fiemel en zijn bij helder weer vanaf de dijk te zien.

Anno 2020 is een imposante replica op het dak van een bunker te bezichtigen. Hierdoor kan menig bezoeker zich een beeld vormen van hoe de situatie destijds was: Een installatie van ongeveer twaalf meter hoog, waarmee destijds menig granaat op de geallieerde luchtvloot werd afgevuurd. De bunker, waarop het luchtafweergeschut werd geplaatst, staat direct achter de dijk die het Groningse vasteland scheidt van de Waddenzee. Het bouwwerk, voorzien van metersdikke wanden, kende destijds een bemanning van honderd soldaten. Naast deze bunker staat er op het complex nog een bunker: Deze munitiebunker is niet toegankelijk voor het publiek, omdat deze bunker wordt ingericht als verblijfsruimte voor vleermuizen. Maar de geschutsbunker kan worden bezichtigd, om een indruk te krijgen van de omstandigheden waaronder de Duitse soldaten destijds moesten leven en werken. Het bezichtigen van de nog resterende bunkers bij Fiemel kan overigens uitstekend worden gecombineerd met een bezoek aan het bezoekerscentrum Dollard, waar een mooie expositie is ingericht over de historie van dit unieke natuurgebied.
Wie even ten westen van Fiemel kijkt, ziet de dorpskern van Termunterzijl. Hier werd eind april 1945 flink gevochten tegen het Duitse leger door Engelsen en Canadezen. Het ontbreken van objecten om dekking te zoeken bemoeilijkte de zaak enorm voor de geallieerden.

In de stad Delfzijl heeft men er voor gekozen de enige overgebleven bunker een bijzonder inrichting te geven. De bunker bij Delfzijl wordt tegenwoordig overigens gebruikt om een aantal aquaria te huisvesten. In dit ‘Muzee Aquarium’ staan diverse bakken waarin vissen te zien zijn die in de Waddenzee voorkomen. Direct naast dit aquarium is het museumgedeelte te vinden. In het museum wordt het verhaal van de slag om Delfzijl verteld, waarbij door de Duitse soldaten met een fosforkanon op de Canadese militairen werd geschoten. Desondanks slaagden de Canadezen erin om de ongeveer honderd Duitse soldaten krijgsgevangen te maken. In hun barakken werden machinegeweren aangetroffen, die goed van pas kwamen om de Duitse troepen aan te vallen die vanuit het centrum van Delfzijl de tegenaanval wilden inzetten. Het museum zelf heeft overigens nog veel meer te bieden, van geologie en archeologie tot historie van de scheepvaart, inclusief een aantal schaalmodellen van schepen met de bijbehorende informatie. Zelfs een compleet hunebed, het meest noordelijke ooit in ons land gevonden, is in dit unieke museum te bewonderen.

Zo zijn er in de provincie Groningen talloze plekken te vinden die ieder een eigen verhaal vertellen, maar wie het weet kan ook in het westen van Friesland een bijzonder bezoek brengen aan een object dat een belangrijke rol speelde in de Tweede Wereldoorlog. Want direct aan de Afsluitdijk vindt men het Kazemettenmuseum. Om marinestad Den Helder vanuit het oosten te beschermen werd de Wonsstelling aangelegd. Op de dijk zelf kwam de stelling Kornwerderzand en ook bij de sluizen van Den Oever werd een verdedigingswerk gerealiseerd. Het woord kazemat stamt af van het Spaanse ‘casa matar’ en werd ten tijde van de Spaanse overheersing in de 80-jarige oorlog in ons land geïntroduceerd. De stelling Kornwerderzand behoort tot de schaarse locaties die de Duitsers ten tijde van de Tweede Wereldoorlog niet in handen wisten te krijgen.

Een poging daartoe onder leiding van de Duitse generaal Feldt op maandag 13 mei 1940 werd door de ongeveer 250 Nederlandse soldaten onder leiding van kapitein Boers succesvol afgeweerd. Boers liet de Duitsers naderen tot op achthonderd meter en opende vervolgens het vuur. De Duitse soldaten zijn daarop gevlucht en de kazematten raakten nauwelijks beschadigd. Na het bombardement op Rotterdam, twee dagen later, capituleerde Nederland en werd Kornwerderzand overgedragen aan de bezetters. Pas in 1943 werd de locatie onderdeel van de Atlantikwall.

De stelling Kornwerderzand maakte in de periode na de Tweede Wereldoorlog deel uit van de NAVO-verdediging en kreeg zelfs een grotere vuurkracht doordat er vier tanks werden ingegraven. Toen de zogenoemde koude oorlog ten einde was, werd de verdedigingslinie overgedragen aan Rijkswaterstaat. Door verschillende partijen werd vervolgens gestreden voor het behoud van dit erfgoed, met als gevolg de oprichting van het Kazemattenmuseum in 1985 en later de toekenning van de status Rijksmonument. Anno 2020 is het indrukwekkende museum interessant om te bezoeken omdat het een beeld geeft van het leven in die kazemat in die tijd. Er valt van alles te zien. Het bijbehorende bezoekerscentrum is in 2011 uitgebreid en wordt volledig door vrijwilligers beheerd. Zij verzorgen er rondleidingen door de kazematten en dragen verder zorg voor het beheer en onderhoud van de locatie. Direct naast het bezoekerscentrum ligt het monumentenplein, met een monument voor de gevallenen in de Wonsstelling, voor de opvarenden van de kanonneerboot en voor kapitein Boers en ondercommandant luitenant Ham. Het bezoekseizoen van het Kazemattenmuseum loopt van april tot en met oktober, buiten deze periode om is het alleen voor groepen op afspraak mogelijk om het museum te bezoeken.

Informatie is te vinden via: www.kazemattenmuseum.nl.


De Utrechtse Heuvelrug was populair gebied bij Duitse bezetters. Na de strijd om de Grebbeberg na de inval van de Duitsers in mei 1940, trokken de Duitse soldaten via Rhenen en de Heuvelrug naar het westen van Nederland. Al marcherend vielen de ruime en monumentale landhuizen aan de Hoofdstraat in Driebergen op bij de bezetters. Ongeveer tien woningen werden door de Duisters gevorderd en veelal als hoofdkwartier ingericht. Ook de historische Villa Beukenstein werd in beslag genomen. Het was eigendom van een Joodse familie en tot op de dag van vandaag is een perkje met een Davidsster te bewonderen op het terrein. Wie de geschiedenis kent en iets weet over de vervolging van Joden, kan niet anders dan concluderen dat het op z’n minst bijzonder is dat er een Duits hoofdkwartier op een terrein stond waar ook het meest belangrijke Joodse symbool aanwezig was.
Dit is meteen de inleiding voor het meest bizarre verhaal uit de Tweede Wereldoorlog. Dit verhaal vond plaats op de plek waar eerder dit jaar het vernieuwde verpleeghuis Beukenstein geopend werd. Op deze locatie aan de Hoofdstraat bevond zich in die periode in een luxe landhuis het onderkomen van Joseph Schreierder. Hij was het hoofd van de afdeling contraspionage van Siegerheitsdienst (SD). Samen met majoor Hermann J. Giskes (hoofd Abwehrsectie IIIF) die de radioverbindingen uitpeilde, speelde hij een grote rol in wat later bekend zou worden als het ‘Englandspiel’.

In november 1941 werd de in Huub Lauwers in de buurt van Ommen geparachuteerd door de Engelsen. Zijn opdracht was om een radioverbinding met het Engelse hoofdkwartier in Londen te onderhouden. Begin januari 1942 zond de Nederlandse spion zijn eerste bericht naar Engeland, maar op 6 maart werd hij in Den Haag opgepakt door Giskes en enkele mannen van de SD.

Lauwers werd gearresteerd en gaf de code af, maar hij gaf de securitycheck niet prijs. Tijdens zijn opleiding had Lauwers geleerd bij elke zestiende letter opzettelijk een fout te maken. Zodra hij gearresteerd was, bleef die fout weg. Vanaf dat moment hadden de Engelsen kunnen (moeten) weten dat het spionagenetwerk was opgerold door de Duitsers en dat nieuwe spionnen in Nederland groot gevaar zouden lopen. Immers: het oorlogsrecht schrijft voor dat spionnen, in tegenstelling tot soldaten, geëxecuteerd mogen worden. Toch heeft de Engelse geheime dienst besloten vanaf maart 1942 tot 1 april 1944 nog 58 mannen afgeworpen in Nederland. Zij gingen een bijna zekere dood tegemoet en de Engelsen wisten dat.

Slechts vijf mannen konden het later navertellen. Twee van hen, Ubink en Dourlein wisten via Spanje, Engeland te bereiken om zo de Engelsen te waarschuwen. Op zijn minst bijzonder is dat deze twee mannen in Engeland, op aangeven van de Duitsers werden gearresteerd voor spionage. In totaal vonden 54 mensen de dood, een dood die voorkomen had kunnen worden. Overigens is het ook bijzonder dat de Duitsers de Engelsen ‘vriendelijk’ bedankten voor de prettige samenwerking.

De vraag lijkt gerechtvaardigd: waarom hebben de Engelsen voor deze aanpak gekozen? Ging men over lijken om een hoger doel te dienen? Wellicht was dat om de door de Duitsers getapte verbinding te gebruiken, om hen zodoende in de waan te laten dat de invasie (die uiteindelijk in juni 1944 in het Franse Normandië plaatsvond) op de Nederlandse stranden zou gebeuren. Antwoord op deze vraag is nooit gekomen.

Na de bevrijding in mei 1945 werden Joseph Schreierder en Hermann Giskes opgepakt, maar omdat zij niets hadden gedaan hadden dat in strijd was met het oorlogsrecht werden zij vrijgesproken. De Nederlandse overheid wilde duidelijkheid hebben over wat er in Londen was gebeurd met de informatie die al in 1942 bekend was, maar ‘helaas’ was er op de betreffende afdeling net een brand geweest die het dossier vernietigd had.
In het huidige verpleeghuis Beukenstein wordt jaarlijks het Englandspiel herdacht door scholengemeenschap De Breul. Ook in de toekomst blijft er ruimte om dit te doen omdat de plaquette die jaren te bezichtigen was weer een prominente plek krijgt. Maar dit is niet de enige plaats waar dit bijzondere verhaal in herinnering wordt geroepen. Op het gebouw van de Tweede Kamer in Den Haag is een herinneringsplaquette bevestigd. In diezelfde stad staat een groot monument dat herinnert aan dit zogeheten tot de nog altijd tot de verbeelding sprekende Englandspiel als ‘De val van Icarus,’ oftewel een neerstortende engel met verbrande vleugels.